Afstand

Een van de regels in de journalistiek: raak niet betrokken. Zorg dat je een bepaalde afstand houdt van je onderwerp. Alleen dan kun je objectief blijven. En dat voelde goed.

Vorige week sprak ik Eric. Ik schreef een artikel over migranten als hij. Hij vertelde mij zijn verhaal. Op zijn 24e vertrokken uit Kameroen, want zijn moeder had geen geld om voor hem en zijn drie zusjes te zorgen. Hij wilde naar Marokko om daar zijn geluk te beproeven. Met een paar anderen trok hij door Nigeria en Niger tot aan de Sahara. Daar wist hij tegen betaling een gids en een chauffeur te vinden die bereid waren hen door de Sahara van Algerije naar de Marokkaanse grens te brengen. Op een nacht ging het mis: de chauffeur en de gids gingen er met de auto vandoor. De groep bleef alleen achter, zonder eten of drinken. Ze besloten terug te keren naar Niger. Een tocht van een paar dagen in de zinderende hitte. Een van de vrouwen haalde het niet.

Uiteindelijk, maanden later, wist Eric toch Marokko binnen te komen. In eerste instantie wilde hij niet naar Europa uit angst voor racisme, maar na een paar nachten op straat zag hij al snel in dat zijn situatie hier niet beter was. Hij besloot de gok te wagen en stapte op een bootje naar Europa. Nog voor ze goed en wel op weg waren, sloeg het bootje om. Zes van de zestien opvarenden verdronken. Twee dagen en twee nachten klampte de rest zich vast aan wat er over was van het bootje. Tot ze door de Marokkaanse kustwacht uit het water werden gehaald. Op een meter of tien afstand van de Spaanse enclave.

Eric zwierf een tijd door Nador, hij sliep op straat en had nauwelijks geld voor eten. Op een dag pakte de politie hem op en sloeg hem daarbij zo hard met knuppels dat hij zes maanden lang niet kon lopen. Geld voor een ziekenhuis had hij niet, en dus namen een paar vrienden hem mee naar Rabat, waar hij kon herstellen in de woning van een van hen. Sindsdien deelt hij met drie anderen een kamertje in een van de buitenwijken van Rabat. Papieren heeft hij niet en krijgt hij niet en zonder papieren kun je in Marokko niet werken. Soms doet hij klusjes voor particulieren, meestal betalen ze na afloop niet. Taxichauffeurs weigeren hem mee te nemen en in de tram of bus willen mensen niet naast hem zitten. Naar Europa kan hij niet en hier heeft hij niks. Het liefst gaat hij naar huis. Niet dat hij dan wel kan werken ‘maar dan hoef ik in ieder geval niet meer bang te zijn en komt er weer rust in mijn hoofd’. Helaas voor hem wil zijn moeder dat hij blijft, omdat ze ervan overtuigd is dat hij hier meer kansen heeft. 26 jaar oud en geen, maar dan ook écht geen toekomstperspectief.

Na afloop van het interview gaf ik Eric geld voor de reiskosten die hij had gemaakt. En een beetje extra. Ik zei hem dat hij mij kan bellen als er iets is. Dag journalistieke afstand, maar het voelde goed.

Vandaag kreeg ik een sms van Eric. Hij lag in het ziekenhuis. Neergestoken. Toen ik hem belde, had hij net het ziekenhuis verlaten. Op weg naar de Medina in de hoop dat iemand hem geld kan lenen. Het mes is zijn hoofd in gegaan, hij was buiten bewustzijn. En nu is hij bang dat er blijvende schade is. Maar geld voor een hersenscan heeft hij niet. Ik ook niet, maar dat neemt niet weg dat ik hem straks ga ontmoeten. Dat Rik en ik nadenken over hoe wij hem kunnen helpen. Dat we ons zelfs afvroegen: wat zou het kosten om een opleiding voor hem te betalen, in Kameroen, zodat hij thuis een toekomst heeft?

Dag journalistieke afstand. En ik weet dat ik niet iedere Eric kan helpen. Maar het voelt goed.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *